Omdat het niet altijd goed is dat het hele afweersysteem in actie komt, kunnen er ook bloedcellen ter plaatse indringers opruimen.
De afweer kan je onderverdelen in twee groepen:
Algemene afweer en specifieke afweer.
Algemene afweer
Hierbij eten fagocyten alles op. Als bijvoorbeeld een macrofaag zich over een bacterie heen vouwt, neemt het de bacterie mee en daarna in zich op. Dit noemt men fagocytose.
Specifieke afweer
Doordat infectieziekten snel vermeerderen, moet soms de specifieke afweer worden ingesteld. Specifieke afweer richt zich op één soort infectieziekte en nadat die ziekte bestreden is, blijft het nog een tijd actief. Als je veilig bent voor zo'n ziekte, ben je immuun voor die ziekte.
Definitie begrippen (schuingedrukt)
Algemene afweer
Maakt geen onderscheid tussen verschillende ziekteverwekkers.
Specifieke afweer
Maakt onderscheid tussen verschillende ziekteverwekkers.
Stamcellen
Dit zijn cellen die onbeperkt kunnen delen.
Fagocyten
Letterlijk 'etende cellen'. Ze eten eigenlijk het afval op.
Macrofaag
Letterlijk 'grote eter'. Het is een voorbeeld van een fagocyt.
Lymfocyten
Komen veel in de lymfeklieren voor . Er bestaan T- en B-lymfocyten.
Immuniteit
Bestendigheid, je lichaam kan zich verweren tegen de infectieziekte.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten